door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, ir. B.L. Hooghoudt, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.
X / Peter R. de Vries, misdaadverslaggever (Endemol Nederland BV en SBS6) - herziening
Uitspraak: afgewezen
Verzoeker heeft een klacht ingediend over uitzendingen van
“Peter R. de Vries, misdaadverslaggever” van 10 en 17 april 2011. Bij uitspraak van 11 november 2011 (RvdJ
[2011] ) heeft de Raad de klacht van verzoeker gegrond verklaard voor zover deze betrekking had op de schending van de privacy van klager. Voor zover de klacht betrekking had op onjuiste c.q. onvolledige berichtgeving heeft de Raad de klacht ongegrond verklaard. Verzoeker heeft verzocht om herziening van deze uitspraak.Kern van het verzoek is dat de Raad het begrip
‘voortvluchtig’ onjuist heeft gehanteerd, dat ten onrechte is geoordeeld dat nog geen inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen verzoeker heeft plaatsgevonden, nu al geruime tijd wordt gewerkt aan het verzamelen van informatie en dat ten onrechte is overwogen dat verzoeker zich op illegale wijze aan de rechtsgang heeft onttrokken.
Volgens de herzieningskamer doet de omstandigheid dat de autoriteiten werken aan het verzamelen van informatie, zoals door verzoeker is gesteld, niet af aan de constatering van de Raad dat ten tijde van de gewraakte uitzendingen nog geen inhoudelijke behandeling van de desbetreffende strafzaak had plaatsgevonden. Evenmin brengt de omstandigheid dat de verblijfplaats van verzoeker bekend is bij de Nederlandse justitie
mee dat het journalistiek ontoelaatbaar kan worden geacht om verzoeker aan te duiden als ‘voortvluchtig crimineel’, nu hij door zijn handelen de tenuitvoerlegging van zijn (verstek) veroordeling in Suriname onmogelijk heeft gemaakt. Verder is de herzieningskamer van oordeel dat in de uitspraak van de Raad slechts wordt overwogen dat verzoeker
waarschijnlijk in strijd met geldend recht zijn straf in Suriname is ontlopen. In tegenstelling tot wat klager aanvoert, komt in de gewraakte uitspraak niet aan de orde of onttrekking aan strafexecutie
strafbaar is.
Verzoeker heeft aldus niet aannemelijk gemaakt dat de beslissing van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten. De herzieningskamer ziet dan ook geen aanleiding tot herziening van die beslissing.
Trefwoorden:
· Procedure: herziening
Publicatie op
www.rvdj.nl/2012/11
B. Weebers / C. Pommerel, R. Martin en Editie NL (RTL)
Uitspraak: ongegrond
Klager maakt bezwaar tegen uitzending van de reportage
“’Van huisarts veranderen: niet te doen’”, waarin aandacht is besteed aan problemen rond het wisselen van huisarts. Kern van de klacht is dat verweerders onder valse voorwendselen een gesprek met de assistente van klager hebben opgenomen en ten onrechte zijn overgegaan tot publicatie daarvan. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
Naar het oordeel van de Raad blijkt uit de uitzending dat voldoende aanleiding bestond om aan het onderwerp aandacht te besteden. De situatie dat door onderlinge afspraken de vestigingsvrijheid van huisartsen en keuzevrijheid van patiënten wordt ingeperkt is maatschappelijk ongewenst. Dit blijkt ook uit de boete die door de Nederlandse Mededingingsautoriteit aan de Landelijke Huisartsen Vereniging is opgelegd. Het uitgezonden materiaal dat verweerders met de gevolgde werkwijze hebben vergaard bevat een concreet voorbeeld van de door de Mededingingsautoriteit beboete handelwijze. De opnamen zijn daardoor relevant voor de onderbouwing van de kritiek en geven aan de uitzending een meerwaarde. Klager heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat verweerders dit ook op een andere wijze hadden kunnen verwezenlijken. Daarbij komt dat de naam van de huisartsenpraktijk van klager niet is vermeld en dat de opnamen voldoende onherkenbaar zijn gemaakt. Bovendien hebben verweerders klager voorafgaand aan de uitzending met de opname geconfronteerd en hem in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Die reactie is in de uitzending verwerkt. Dat dat op onjuiste wijze is gebeurd, is niet gebleken.
Alle omstandigheden in aanmerking genomen, is de Raad van oordeel dat verweerders niet journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld. (zie punten 2.1.1., 2.1.5. en 2.1.6. van de Leidraad van de Raad)
Trefwoorden:
· Journalistieke werkwijze: bandopnames, open vizier/verzwijgen eigen identiteit
Publicatie op
www.rvdj.nl/2012/12