door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, mw. J.R. van Ooijen, mw. M.J. Rietkerk en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.M. Leurs, plaatsvervangend secretaris.
X / de hoofdredacteur van TROS Radar
Uitspraak: ongegrond
De klacht betreft een uitzending van TROS Radar, waarin aandacht wordt besteed aan Memon-apparaten die de schadelijke gevolgen van elektrische lading (celstress) kunnen meten en wegnemen. In de uitzending worden door verweerder de werking van de apparatuur en verkooppraktijken van de fabrikant aan de kaak gesteld. Er wordt geconcludeerd dat de apparatuur niet werkt.
De Raad overweegt dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar de werking en verkooppraktijk van Memon-apparaten, gezien de zorg die in de samenleving bestaat over de mogelijk schadelijke gevolgen van elektrische lading. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen.
De uitzending bevat concretiseringen en bijzonderheden die de beschuldigingen ten aanzien van de werking van het apparaat ondersteunen. Deze informatie is daardoor relevant voor de onderbouwing van de kritiek. Klager heeft weliswaar gesteld dat hij had willen meewerken aan een opname, maar hij heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat verweerder in dat geval het doel van de uitzending had kunnen verwezenlijken. De Raad is van oordeel dat onder deze omstandigheden de handelwijze van verweerder niet ontoelaatbaar is geweest.
De Raad overweegt verder dat klagers naam niet is vermeld en dat zijn gezicht onherkenbaar is gemaakt. Klager heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij ondanks deze maatregelen in de uitzending algemeen herkenbaar is. Van een ontoelaatbare schending van klagers privacy is naar het oordeel van de Raad geen sprake. Hierdoor is de Raad van oordeel dat geen toestemming van klager nodig was om de beelden uit te zenden.
Verder overweegt de Raad dat de belangen van de fabrikant door de opnamen rechtstreeks worden geraakt. In de uitzending wordt de fabrikant met de conclusies geconfronteerd en wordt hij in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Er heeft derhalve op juiste wijze wederhoor plaatsgevonden. Mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van privacy, was verweerder niet gehouden tevens wederhoor bij klager toe te passen.
Trefwoorden:
· Journalistieke werkwijze: hoor en wederhoor, verborgen cameratechniek, open vizier/verzwijgen eigen identiteit
· Privacy: televisie
Publicatie op
www.rvdj.nl/2012/4