door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. Y.M. de Haan, drs. ir. M.C.N. Mokveld en drs. P. Olsthoorn, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Osinga, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.
NRC Handelsblad / BioShape Holding B.V. – herziening
Uitspraak: afgewezen
Klaagster heeft een klacht ingediend over het artikel
“Bioshape trekt spoor van vernieling”. In het artikel wordt – kort samengevat – aandacht besteed aan de bedrijfsactiviteiten van klaagster in Tanzania. Bij uitspraak van 8 juli 2011 (2011/45) heeft de Raad de klacht van klaagster gegrond verklaard. Verweerder heeft verzocht om herziening van deze uitspraak.
Anders dan verzoeker van mening is, wordt naar het oordeel van de herzieningskamer in de uitspraak van de Raad niet miskend dat sprake is van onderzoek door verzoeker naar de juistheid van de beschuldigingen. Evenmin wordt in de uitspraak weersproken dat de geuite beschuldigingen aan klaagster zijn voorgelegd.
In de gewraakte uitspraak wordt – kort samengevat – geoordeeld dat in de berichtgeving het wederhoor slechts beknopt en selectief is toegepast casu quo wordt weergegeven in relatie tot de stelligheid van de beschuldigingen. Naar het oordeel van de Raad in de uitspraak van 8 juli 2011 had aanvullend onderzoek of een uitgebreidere weergave van het wederhoor kunnen leiden tot een genuanceerder beeld over klaagster, waarmee verzoeker had kunnen voorkomen dat onnodig negatief en tendentieus over klaagster werd bericht. Dat de verzoeker zich niet kan vinden in de afweging van dit oordeel, is onvoldoende grond om een verzoek tot herziening toe te wijzen.
Trefwoorden:
· Procedure: herziening
Publicatie op
www.rvdj.nl/2011/84
R.J. Lustig / H. Talens en De Twentsche Courant Tubantia – herziening
Uitspraak: afgewezen
Verzoeker heeft een klacht ingediend tegen de publicatie
“Over de rug van de gewone man”.
Bij uitspraak van 29 juli 2011 (2011/48) heeft de Raad deze klacht ongegrond verklaard. Verzoeker heeft verzocht om herziening van deze uitspraak.
Uit hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht blijkt dat hij zich niet kan vinden in de beslissing van de Raad van 29 juli 2011 met betrekking tot de overwegingen betreffende de wederhoor, de selectie van bronnen, het feitenonderzoek en het vermelden van de ondernemingen. Dit is echter onvoldoende om een verzoek tot herziening gegrond te verklaren.
Naar het oordeel van de herzieningskamer heeft verzoeker met hetgeen hij in zijn verzoekschrift heeft aangevoerd niet aannemelijk gemaakt dat de hiervoor bedoelde beslissing van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten.
Trefwoorden:
· Procedure: herziening
Publicatie op
www.rvdj.nl/2011/85
X / H. Talens en De Twentsche Courant Tubantia – herziening
Uitspraak: afgewezen
In De Twentsche Courant Tubantia zijn diverse artikelen verschenen over een strafzaak tegen (onder anderen) verzoekster. Bij uitspraak van 29 juli 2011 (2011/49) heeft de Raad verzoekster niet-ontvankelijk verklaard voor zover haar klacht is gericht tegen de publicaties gedateerd voor 23 september 2010, nu die klacht niet binnen zes maanden na de publicatiedatum bij de Raad is binnengekomen. De Raad heeft de klacht van verzoekster ongegrond verklaard voor zover deze is gericht tegen de berichtgeving gedateerd na 23 september 2010. Verzoekster heeft verzocht om herziening van deze uitspraak.
Ingevolge het Reglement voor de werkwijze van de Raad moet een klaagschrift worden ingediend binnen zes maanden nadat de journalistieke gedraging heeft plaatsgevonden. Dat publicaties op internet eenvoudiger toegankelijk zijn, zoals verzoekster betoogt, laat naar het oordeel van de herzieningskamer onverlet dat de Raad oordeelt op basis van de datum waarop de journalistieke gedraging heeft plaatsgevonden.
Daarnaast blijkt uit hetgeen verzoekster naar voren heeft gebracht dat zij zich niet kan vinden in de beslissing van de Raad met betrekking tot de overwegingen betreffende de vermelding van de naam van haar onderneming. Zij meent verder dat in de berichtgeving onvoldoende onderscheid is gemaakt tussen de verdachten. Dit is echter onvoldoende om een verzoek tot herziening gegrond te verklaren.
Naar het oordeel van de herzieningskamer heeft verzoekster met hetgeen zij in haar verzoekschrift heeft aangevoerd niet aannemelijk gemaakt dat de hiervoor bedoelde beslissing van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten.
Trefwoorden:
· Procedure: herziening
Publicatie op
www.rvdj.nl/2011/86