door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. Y.M. de Haan, drs. ir. M.C.N. Mokveld en drs. P. Olsthoorn, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Osinga, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.
B.W. de Geus / M. van der Laan en Dagblad van het Noorden
Uitspraak: gegrond c.q. onthouding
Klager maakt bezwaar tegen het artikel
“Wel een heel erg Van ’t Hekje” en een later gepubliceerd bericht onder de kop
“Herstel”.
Klager heeft in zijn klaagschrift en in eerder contact met verweerders naar voren gebracht dat hij in het artikel niet juist is geciteerd. Verweerders menen dat de uitspraken van klager juist zijn weergegeven. Of de gepubliceerde citaten daadwerkelijk een onjuiste weergave zijn van hetgeen klager in het telefoongesprek over Van ’t Hek naar voren heeft gebracht, kan de Raad niet vaststellen. De Raad onthoudt zich met betrekking tot dit klachtonderdeel dan ook van een oordeel.
Verweerders hebben naar aanleiding van de discussie met klager besloten alsnog een herstelbericht te plaatsen. Uit dit bericht blijkt dat verweerders kennelijk hebben getracht aan klager tegemoet te komen door een rechtzetting te plaatsen. In het bericht wordt echter gesteld dat klager de gewraakte uitspraken wel degelijk heeft geuit.
Verweerders hebben enerzijds een herstelbericht gepubliceerd, maar anderzijds benadrukt dat klager zijn uitspraken wel degelijk heeft geuit. Naar het oordeel van de Raad zijn door de gekozen formulering de vermeende onjuistheden niet op een deugdelijke wijze rechtgezet. Verweerders hebben op dit punt journalistiek onzorgvuldig jegens klager gehandeld.
Trefwoorden:
· Aard van de publicatie: citaat
· Feitenweergave: onjuiste berichtgeving
· Rectificatie/ weerwoord: rectificatie
Publicatie op
www.rvdj.nl/2011/82
H. van ’t Hek / M. van der Laan en Dagblad van het Noorden
Uitspraak: ongegrond
De klacht betreft het artikel
“Wel een heel erg Van ’t Hekje”. Het artikel betreft een portret van klager.
Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders voldoende aannemelijk gemaakt dat zij het gewraakte portret hebben gebaseerd op onder meer een aantal bronnen rondom klager, zijn website en het archief en daarbij voldoende zorgvuldigheid in acht hebben genomen. Niet is gebleken dat verweerders een onzorgvuldige of eenzijdige selectie hebben gemaakt van bronnen of de feiten onvoldoende onderzocht hebben.
De Raad overweegt verder dat het voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk is dat het artikel een schets betreft van klager en dat de beschuldigende beweringen met name de perceptie van de bronnen betreffen. Het standpunt van klager dat zijn partner verdacht wordt gemaakt en wordt beticht van onbetrouwbaarheid kan niet worden gevolgd. Uit de publicatie blijkt voldoende dat de vermelding van de naam en werkzaamheden van de partner van klager slechts dient ter verduidelijking van het daarvoor weergegeven citaat.
Het is – gezien het telefonisch contact tussen verweerders en klager en de inhoud van zijn reactie – aannemelijk dat de strekking van de publicatie aan klager voldoende duidelijk moet zijn geweest. De omstandigheid dat klager heeft volstaan met een summiere reactie dient voor zijn rekening te komen. Verder stelt de Raad vast dat de reactie van klager is opgenomen in het artikel.
Trefwoorden:
· Aard van de publicatie: portret/profiel
· Feitenweergave: tendentieuze berichtgeving
Publicatie op
www.rvdj.nl/2011/83