door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, A. Mellink MPA, mw. H.M.M. Nietsch, mw. drs. F. Santing en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.M. Leurs, plaatsvervangend secretaris.
M. Peters en R. Kluijver / L. Witteman en HP/De Tijd
Uitspraak: deels gegrond
De klacht betreft de publicatie
“Het Kamerlid, de liefde & de ontvoering”. Volgens klagers is sprake van onvolledige, eenzijdige en tendentieuze berichtgeving, waarbij zij lichtvaardig verdacht zijn gemaakt. Verder hebben zij gesteld dat de publicatie grove inbreuk maakt op hun persoonlijke levenssfeer.
De Raad stelt voorop dat het artikel gaat over een persoon die een openbare functie bekleedt. Verweerders hebben ter zake gesteld dat Peters zich in haar publiek functioneren voordoet als iemand die het naleven van fatsoensnormen door mensen met een openbare functie benadrukt, maar daar in haar persoonlijke situatie op verschillende momenten tijdens haar leven geen blijk van heeft gegeven. Daarbij gaat het volgens verweerders niet alleen om de aan de orde gestelde kinderontvoering, maar ook over vermeende belangenverstrengeling en schijn van partijdigheid van Peters tijdens de behandeling van een subsidieaanvraag van Kluijver. Volgens de Raad hebben verweerders voldoende aannemelijk gemaakt dat op zich met de publicatie, waarin de handelwijze van een Tweede Kamerlid aan de kaak wordt gesteld, een algemeen maatschappelijk belang is gediend.
De publicatie bevat de zinsneden ‘medeplichtig aan kinderontvoering’, ‘medeplichtig aan ontvoering’ en ‘zes jaar later heeft Mariko Peters, nu Tweede Kamerlid voor GroenLinks, zich zelfs medeplichtig gemaakt aan ontvoering van zijn kinderen’. In het artikel staat verder dat sprake is van kinderontvoering door Kluijver en dat Peters vervolging wegens medeplichtigheid riskeert.
De Raad constateert dat het door verweerders verrichte onderzoek is gebaseerd op informatie afkomstig van de kant van de ex-vrouw van Kluijver. In de publicatie zijn vervolgens ernstige beschuldigingen jegens klagers geuit over een emotioneel beladen zaak, die juridisch gezien gecompliceerd ligt en waarin Kluijver en diens ex-vrouw verschillende, tegenstrijdige standpunten innemen. Naar het oordeel van de Raad kan in ieder geval uit de stukken worden opgemaakt dat bij de echtscheiding niet het voogdijschap is geregeld. Uit de stukken blijkt verder niet onomstotelijk dat daadwerkelijk sprake is geweest van kinderontvoering. Gezien alle omstandigheden had het op de weg van verweerders gelegen bij hun onderzoek mede informatie te betrekken waarin de zaak vanuit de kant van Kluijver wordt belicht. Niet is gebleken dat verweerders dergelijke informatie, zoals de stukken die door klagers zijn overgelegd, bij hun onderzoek hebben betrokken. Aldus moet worden geconcludeerd dat verweerders te selectief en te eenzijdig zijn geweest in hun onderzoek en de daarop gevolgde publicatie. Zij hebben beschuldigingen aan het adres van klagers gepubliceerd, die niet worden onderbouwd door deugdelijk onderzoek, noch hebben zij op enige wijze duidelijk gemaakt dat zij het artikel vanuit het perspectief van de ex-vrouw hebben geschreven.
Met betrekking tot de toepassing van wederhoor komt de Raad tot het oordeel dat ten aanzien van het bij Peters toegepaste wederhoor niet journalistiek onzorgvuldig is gehandeld. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat Peters, gelet op haar maatschappelijke positie en haar ervaring met de pers, voldoende tijd heeft gehad om te reageren en overigens ook niet aan verweerders heeft laten weten dat zij meer tijd nodig had. De stelling van klagers dat Peters ten onrechte geen inzage vooraf heeft gekregen, volgt de Raad niet. Indien aan een betrokkene om een reactie wordt gevraagd, behoeft die betrokkene niet steeds vooraf volledig te worden geïnformeerd over de inhoud van de publicatie. Het is aannemelijk dat de strekking van de publicatie aan Peters, althans haar voorlichter, voldoende duidelijk moet zijn geweest. De omstandigheid dat Peters heeft volstaan met een summiere reactie – die is opgenomen in het artikel – en de mogelijkheid dat zij noch haar persvoorlichter de impact van het artikel goed heeft overzien, dienen voor haar rekening te komen.
Ten aanzien van Kluijver ligt dit anders. Verweerders vonden het niet nodig Kluijver zelf te benaderen voor een reactie. Zij hebben aangevoerd dat het artikel over Peters gaat en dat het redelijk is om ervan uit te gaan dat Kluijver in deze wordt vertegenwoordigd door Peters. De Raad volgt deze stelling niet. Op grond van het artikel en de daarin beschreven situatie kan Kluijver worden geïdentificeerd. Ook Kluijver wordt door de publicatie in zijn persoonlijke levenssfeer geraakt en geschaad. Het had daarom op de weg van verweerders gelegen om Kluijver te benaderen voor een reactie. Verweerders hebben ten aanzien van Kluijver journalistiek onzorgvuldig gehandeld door bij de publicatie voorbij te gaan aan de persoonlijke levenssfeer van Kluijver en hem geen gelegenheid tot wederhoor te bieden.
Ten aanzien van de inbreuk op de privacy van Peters overweegt de Raad ten slotte dat zij een openbare functie bekleedt. Voor mensen met publieke c.q. min of meer openbare functies is een zekere mate van blootstelling aan ongewilde publiciteit onvermijdelijk. Hun gedrag in de privésfeer heeft recht op bescherming tegen ongewilde inbreuken, tenzij dat gedrag aantoonbaar van invloed is op hun publiek functioneren. Gelet op hetgeen de Raad eerder heeft overwogen ten aanzien van de maatschappelijke relevantie van de publicatie, moet worden geconcludeerd dat de privacy van Peters niet disproportioneel is geschaad.
De klacht is derhalve gegrond voor zover beschuldigingen over kinderontvoering aan het adres van klagers zijn gepubliceerd zonder deugdelijk onderzoek en Kluijver geen gelegenheid tot wederhoor is geboden. Voor het overige is de klacht ongegrond. (zie punten 1.1., 1.5., 2.2.5., 2.3.1. en 2.4.2. van de Leidraad van de Raad)
Trefwoorden:
· Journalistieke werkwijze: bronnen, hoor en wederhoor
· Feitenweergave: tendentieuze berichtgeving
· Privacy: algemeen, bekende persoonlijkheden
Publicatie op
www.rvdj.nl/2011/65