De toepassing van artikel 13, eerste lid, onder aanhef en d, van de WWB betreft de uitoefening van een gebonden bevoegdheid die door de bestuursrechter ten volle wordt getoetst. Dit betekent dat dient te worden beoordeeld of appellanten - ieder afzonderlijk bezien - ten tijde in geding feitelijk langer dan vier weken buiten Nederland hebben verbleven.