De Raad sluit aan bij de jurisprudentie van de civiele rechter met betrekking tot de vraag of sprake is van een dienstbetrekking. Voorheen werd vooral beoordeeld of aan de 3 elementen voor het bestaan van dienstbetrekking is voldaan, vanaf nu treedt de bedoeling van partijen bij het sluiten van de overeenkomst op de voorgrond. Dit houdt verband met het feit dat tegen deze uitspraken cassatie mogelijk is.