door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, H. Blanken, dr. H.J. Evers, mr. T.E. Klein en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, plaatsvervangend secretaris.
M. Bosch / F. Vos en Eigen! Arnhem
Uitspraak: deels gegrond
De klacht betreft het artikel
“tarotconsult” dat in de rubriek‘eigen spiritueel’ van het tijdschrift Eigen! Arnhem is gepubliceerd.
Klager heeft allereerst gesteld dat ten onrechte melding is gemaakt van een Keltisch kruis-legging. De Raad overweegt dat de bij het artikel geplaatste foto kennelijk weergeeft op welke wijze klager de tarotkaarten tijdens het consult daadwerkelijk heeft gelegd. Klager heeft aangevoerd dat die legging geen ‘Keltisch kruis-legging’ betreft en dat hij dit vóór de publicatie aan Vos heeft kenbaar gemaakt. Niettemin heeft Vos de legging – als leek – verwoord als ‘vorm van een Keltisch kruis’. Het had verweerders gesierd als zij de tekst op dit punt hadden aangepast, nadat klager hen hierop had gewezen. Er is echter geen sprake van een zodanig ernstige omissie, dat daarmee de grenzen zijn overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. Van andere feitelijke onjuistheden, die zouden kunnen leiden tot gegrondheid van dit onderdeel van de klacht, is niet gebleken.
Verder heeft klager gemotiveerd aangevoerd dat hij voorafgaand aan het interview met Vos heeft afgesproken dat zijn naam, telefoonnummer en website in de berichtgeving zouden worden vermeld. Dit is door verweerders niet betwist. Naar het oordeel van de Raad mocht klager er dan ook van uitgaan dat Vos de gemaakte afspraak zou nakomen. Het standpunt van verweerders dat bij redactionele artikelen nooit gegevens van betrokkenen worden geplaatst, maar dat Vos met die praktijk kennelijk (nog) niet bekend was, betreft een interne aangelegenheid tussen journalist en (hoofd)redactie en kan klager niet worden tegengeworpen. Door bewust een dergelijke afspraak met klager te maken en deze vervolgens niet na te komen, hebben verweerders jegens klager journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Dit onderdeel van de klacht is dan ook gegrond.
Ten overvloede merkt de Raad op dat het niet aan hem is om zich uit te laten over mogelijke schade die door klager is geleden.
Trefwoorden:
· Journalistieke werkwijze: afspraken
· Feitenweergave: onjuiste berichtgeving
Publicatie op
www.rvdj.nl/2011/72
X / H. Carvalho en NRC Handelsblad
Uitspraak: ongegrond
Klaagster maakt bezwaar tegen het artikel
“‘Ik heb behoefte aan politieke correctheid’”, dat een interview behelst met haar voormalig partner Y over diens nieuwe voorstelling.
Volgens de Raad zijn de bedoeling en aard van de in het artikel opgenomen informatie voor de lezer voldoende duidelijk: de publicatie behelst met name de persoonlijke visie van Y en feitelijke verslaglegging staat niet voorop. Het stond verweerders vrij om Y vragen te stellen over (de omgangsregeling met) zijn dochter. Dit geldt te meer, omdat verweerders aannemelijk hebben gemaakt dat die vragen relevant waren, aangezien Y in zijn voorstelling aandacht besteedt aan zijn persoonlijke situatie.
De Raad heeft er begrip voor dat klaagster de publicatie als grievend heeft ervaren en overweegt in dat verband dat het citaat
“Ook vrouwen zijn soms daders.”, gelet op de context, ongelukkig is gekozen. In de publicatie wordt echter – objectief bezien – niet de indruk gewekt dat klaagster ‘een haatdragende vrouw is, die haar dochter weghoudt bij haar vader’. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerders na afweging van alle belangen bij klaagster wederhoor hadden moeten toepassen.
Verweerders hebben geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. (zie punten 1.2., 1.3., 2.3.1. en 2.3.4. van de Leidraad van de Raad en vgl. RvdJ
[2007] )
Trefwoorden:
· Journalistieke werkwijze: hoor en wederhoor, selectie van nieuws
· Feitenweergave: grievende berichtgeving
· Aard van de publicatie: interview
Publicatie op
www.rvdj.nl/2011/73
E. van Geel, C. Tatsakis, P. de Kuyper en M. Thomaïdis-Zeebregts / W. Hack en Brabants Dagblad
Uitspraak: onthouding oordeel
Klagers stellen dat zij in het artikel
“Het is ‘onderwijs, brood en vrijheid’ bij de Grieken” onjuist en in strijd met hetgeen zij daarover met Hack hebben afgesproken zijn genoemd en geciteerd. Klagers hebben in dat verband uitvoerig uiteen gezet hoe hun contacten met Hack zijn verlopen. Verweerders hebben de lezing van klagers over de gang van zaken gemotiveerd weersproken en betoogd dat Hack niet onethisch heeft gehandeld.
De standpunten van partijen over de contacten tussen klagers en Hack staan lijnrecht tegenover elkaar en er is geen materiaal voorhanden op grond waarvan de Raad kan vaststellen welk standpunt juist is. De Raad kan zich aldus niet uitlaten over de vraag of verweerders met hun handelwijze jegens klagers journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld en onthoudt zich daarom van een oordeel.
Trefwoorden:
· Journalistieke werkwijze: afspraken
· Procedure: onthouding oordeel
Publicatie op
www.rvdj.nl/2011/74
Cirkel Bewindvoeringen B.V. en mr. R.H.M.Ch. Libotte / H. Brinkman, P. van Gageldonk, T. Sniekers en Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad
Uitspraak: ongegrond
De klacht heeft betrekking op het artikel
“Onderzoek benadeling schuldenaars” met het chapeau
“Rechter – Mogelijk actie tegen bewindvoerder”. Kern van de klacht is dat sprake is van onjuiste en tendentieuze berichtgeving.
De publicatie heeft betrekking op een geschil tussen klagers en de rechtbank Maastricht, onder meer inzake (het in rekening brengen van) kosten aan cliënten van klagers betreffende een softwaresysteem, dat het de cliënten mogelijk maakt informatie over hun financiële situatie te raadplegen. Gelet op hetgeen verweerders hebben aangevoerd, acht de Raad het aannemelijk dat voor hen voldoende aanleiding bestond om over de kwestie te berichten zoals zij hebben gedaan. Niet valt in te zien dat verweerders niet over de kwestie hadden mogen berichten nu inzake het conflict tussen klagers en de rechtbank nog geen definitieve uitspraak is gedaan. (zie punten 1.2. en 1.3. van de Leidraad van de Raad)
Nu de rechtbank Maastricht in dezen geen onafhankelijk rechtsprekend orgaan is, maar partij in het geschil met klagers, terwijl het standpunt van de rechtbank voor de gemiddelde lezer waarschijnlijk voor ‘waar’ zal worden gehouden, hadden verweerders wellicht een betere balans in de berichtgeving kunnen aanbrengen. Verweerders hebben echter geen meningen als feiten gepresenteerd en zakelijk over de kwestie bericht. Bovendien is het artikel gebaseerd op betrouwbaar te achten bronnen en is de reactie van klagers opgenomen, waaruit duidelijk blijkt dat zij het niet eens zijn met de standpunten van de rechtbank. Het is overigens toelaatbaar dat in het kader van verslaggeving over rechtszaken standpunten van betrokken partijen enigszins worden aangezet en een niet geheel neutrale toon wordt gebruikt. (zie punt 2.2.5. van de Leidraad en vgl. onder meer RvdJ
[2010] )
Klagers hebben verder nog gemotiveerd aangevoerd dat zij de procedure niet hebben verloren, maar niet-ontvankelijk zijn verklaard. Deze omissie is niet van zodanige aard dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Ook overigens is niet gebleken dat de berichtgeving relevante onjuistheden bevat.
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders niet journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld.
Trefwoorden:
· Journalistieke werkwijze: bronnen, hoor en wederhoor, selectie van nieuws
· Feitenweergave: onjuiste berichtgeving, tendentieuze berichtgeving
· Aard van de publicatie: rechtbankverslag/verslaggeving rechtszaken
Publicatie op
www.rvdj.nl/2011/75
X / Peter R. de Vries, misdaadverslaggever (SBS6 en Endemol Nederland BV)
Uitspraak: deels gegrond
In een uitzending van het televisieprogramma ‘Peter R. de Vries, misdaadverslaggever’ is aan de orde gesteld dat personen die in Suriname strafrechtelijk zijn veroordeeld een nieuw bestaan in Nederland kunnen opbouwen en strafvervolging en/of strafexecutie ontlopen. Een groot deel van de uitzending staat in het teken van het handelen van klager en de (nalatigheid van de) autoriteiten in Nederland en Suriname. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de achtergrond van het misdrijf en het leed van de nabestaanden. In een vervolguitzending is kort gerefereerd aan de zaak van klager.
Klager heeft allereerst gesteld dat sprake is van onjuiste c.q. onvolledige berichtgeving. Volgens de Raad heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat hij voldoende reden had om aan de zaak tegen klager aandacht te besteden. De situatie dat ondanks toezeggingen van de minister van Justitie na zoveel jaar nog altijd geen inhoudelijke behandeling van een strafzaak heeft plaatsgevonden, is maatschappelijk ongewenst. Alle omstandigheden in aanmerking genomen is het journalistiek toelaatbaar om klager aan te duiden als ‘voortvluchtig crimineel’ en ‘moordenaar’. Daarbij overweegt de Raad dat die aanduidingen niet als juridische kwalificaties zijn gebruikt. Dat inmiddels in Nederland een nieuwe strafrechtelijke procedure tegen klager is opgestart, doet niet af aan het feit dat hij waarschijnlijk in strijd met geldend recht zijn straf in Suriname is ontlopen. Ook de kwalificatie ‘roofmoord’ vindt voldoende steun in de feiten en is journalistiek niet ongebruikelijk of onzorgvuldig.
Het standpunt van klager dat in het kader van de uitzending ten onrechte is bericht over andere (vermeende) misdrijven, kan evenmin worden gevolgd. Een journalist en zijn redactie zijn immers vrij in de selectie van nieuws en het is aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad)
Voor zover al sprake is van feitelijke onjuistheden, zijn deze niet van dien aard dat daarmee het oordeel is gerechtvaardigd dat verweerder grenzen heeft overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. Dit onderdeel van de klacht is dan ook ongegrond.
Verder heeft klager betoogd dat zijn privacy onevenredig is aangetast. Verweerder heeft aangevoerd dat het journalistiek gebruikelijk is om in moordzaken de volledige naam van het slachtoffer te vermelden en dat het niet zinvol was de naam van klager als verdachte te anonimiseren, nu hij als familielid dezelfde achternaam heeft als het slachtoffer. Voorts heeft verweerder erop gewezen dat familieleden met dezelfde achternaam zijn geïnterviewd.
De Raad overweegt dat in dit geval identificatie van het slachtoffer tevens leidt tot identificatie van klager als de verdachte. Niet valt in te zien welke maatschappelijke relevantie het vermelden van de volledige naam van klager en diens vader heeft. Verweerder had de berichtgeving eenvoudig kunnen anonimiseren, zonder enige afbreuk te doen aan de aard en inhoud ervan of de nabestaanden van het slachtoffer tekort te doen.
Verweerder heeft verder aangevoerd dat klagers naam op de officiële opsporingswebsite van de Surinaamse politie was vermeld. Volgens de Raad was de vermelding van de naam van klager in de uitzending echter niet noodzakelijk in het kader van opsporingsberichtgeving, nu de verblijfplaats van klager bekend was bij justitie. Niet is gebleken dat klagers naam met de vermelding op die website in Nederland zodanig bekend is geworden, dat zijn belang bij de bescherming van zijn privacy geen betekenis meer heeft.
Ten slotte heeft verweerder erop gewezen dat hij klager heeft genoemd in een uitzending van 2007 en dat diens naam in andere media is vermeld. De Raad overweegt in dit verband dat de eerdere berichtgeving over klager dateert van geruime tijd vóór de gewraakte uitzendingen. Wellicht was de naam van klager destijds een feit van algemene bekendheid, maar niet is gebleken dat dit nog steeds het geval is. (vgl. RvdJ
[2006] en RvdJ
[2006] )
De Raad is van oordeel dat verweerder niet op verantwoorde wijze de belangen van klager bij de bescherming van diens privacy heeft afgewogen tegen het maatschappelijke belang dat met de publicatie is gediend. Er is sprake van een ongerechtvaardigde aantasting van klagers privéleven. Dit onderdeel van de klacht is gegrond. (zie punten 1.3., 2.4.1. en 2.4.6. van de Leidraad)
Trefwoorden:
· Journalistieke werkwijze: selectie van nieuws
· Feitenweergave: onjuiste berichtgeving
· Privacy: slachtoffers/nabestaanden, verdachten/veroordeelden
Publicatie op
www.rvdj.nl/2011/76