<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom">
        <id>urn:www-promulgations-com:feeds:atom</id>
	<title>Promulgations &#187; NL</title>
	<subtitle>Promulgations &#187; NL</subtitle>      
        <link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.promulgations.com/" />
        <link rel="self" type="text/xml" href="http://www.promulgations.com/?media=atom"/>
        <updated>2013-05-23T10:54:01+04:00</updated>
	<entry>
		<id>http://www.rvdj.nl/bericht/510#510</id>
		<author><name></name></author>
		<title>RvdJ: Uitspraken vastgesteld d.d. 11 mei 2012</title>
                <link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.rvdj.nl/bericht/510#510"/>		
		<updated>2012-05-24T02:00:00+04:00</updated>
		<published>2012-05-24T02:00:00+04:00</published>
		<content type="html"><![CDATA[	door mr.&nbsp;V.H.G. Lebesque, voorzitter, T.R. Harkema, mr. T.E. Klein, drs. P. Olsthoorn en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw.&nbsp;mr.&nbsp;D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.
&nbsp;
X / S. van Asseldonk en Opgelicht?! (TROS)
Uitspraak: ongegrond
Klager maakt bezwaar tegen een uitzending van Opgelicht?! waarin aandacht aan hem is besteed. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
In de uitzending is aandacht besteed aan het feit dat klager diverse vrouwen zou hebben bedrogen, waardoor zij in financi&euml;le problemen zouden zijn gekomen. Volgens de Raad valt niet in te zien dat verweerders niet over klager hadden mogen berichten, zoals zij hebben gedaan. Uit het beschikbare materiaal maakt de Raad op dat voor de aan het adres van klager geuite beschuldigingen voldoende grondslag bestond. (zie punt 2.2.5. van de Leidraad) 
De Raad overweegt verder dat het onvoorbereid met draaiende camera aan een betrokkene vragen om een reactie, vanwege het intimiderende karakter ervan, in beginsel niet kan worden aangemerkt als een serieuze manier tot het bieden van een gelegenheid tot wederhoor. De exacte gang van zaken voorafgaand aan de confrontatie tussen klager en Van Asseldonk kan niet worden vastgesteld, mede doordat klager zichzelf heeft tegengesproken. Uit de uitzending en uit hetgeen klager heeft aangevoerd blijkt echter dat klager tijdens het gesprek met Van Asseldonk beschikte over een dossier met relevante informatie. Bovendien blijkt uit de uitzending dat tijdens de confrontatie aan klager duidelijk is meegedeeld waarop het commentaar betrekking moest hebben en dat hem de mogelijkheid is gegeven op de beschuldigingen te reageren. Dit gesprek heeft kennelijk ongeveer 40 minuten geduurd, waarbij klager is meegegaan in het gesprek. Daarnaast blijkt uit de door klager overgelegde opname van het telefoongesprek dat hij met Van Asseldonk heeft gevoerd, dat hem toen de mogelijkheid is geboden aanvullende stukken te overleggen. Klager is derhalve ruimschoots in de gelegenheid gesteld op de aan zijn adres geuite beschuldigingen te reageren en zijn visie kenbaar te maken. Uit de stukken die klager heeft overgelegd, kan niet worden opgemaakt in hoeverre klager van de mogelijkheid tot het overleggen van informatie gebruik heeft gemaakt en derhalve ook niet dat de door klager (tot dan toe) gegeven reactie op journalistiek onzorgvuldige wijze is weergegeven c.q. dat de door hem verstrekte informatie op onjuiste wijze in de uitzending is verwerkt. Dat klager van de hem geboden gelegenheid tot wederhoor wellicht niet adequaat gebruik heeft gemaakt, kan verweerders niet worden verweten. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad en vgl. RvdJ  <a href="2011/13">[2011]</a> )
Verder is niet gebleken dat de uitzending relevante feitelijke onjuistheden bevat of dat verweerders op andere wijze journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld.
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Journalistieke werkwijze: bronnen, camera-overvaltechniek, hoor en wederhoor 
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/23">www.rvdj.nl/2012/23</a> 
&nbsp;
K. Khaoiri / K. Arents, I. Radstake, W. York en FullColor Rotterdam (MTNL)
Uitspraak: gegrond
In een uitzending van FullColor Rotterdam is in de rubriek <em>&ldquo;Belicht&rdquo;</em> aandacht besteed aan overlast door jonge criminelen, waarbij delen van een interview met klager zijn getoond. Kern van de klacht is dat verweerders het interview met klager op journalistiek onzorgvuldige wijze in een andere context hebben gebruikt.
Klager heeft gemotiveerd en onbetwist aangevoerd dat hij is benaderd voor een interview naar aanleiding van zijn opiniestuk <em>&ldquo;Drugsrunners, een Rotterdams product&rdquo;</em>. Klager heeft een print overgelegd van het Twitter-bericht dat hij heeft ontvangen en dat luidt: <em>&ldquo;@KarimKhaoiri wij zijn bezig met mogelijk een item over <a href="http://tinyurl.com/7lftzyh">[tinyurl.com]</a> kunnen we daar even over bellen? (&hellip;)&rdquo; </em>De link in het Twitter-bericht leidt naar klagers opiniestuk. Klager mocht er dan ook van uitgaan dat de opnamen van het interview zouden worden gebruikt in de context van wat hij in zijn opiniestuk aan de orde heeft gesteld. Uit de uitzending blijkt echter dat het interview en de woorden van klager zijn verwerkt in een item over criminaliteit naar aanleiding van een overval op een juwelier en daarmee in een andere context dan klager mocht verwachten. Niet is gebleken dat verweerders voorafgaand aan de uitzending aan klager opnieuw hebben gevraagd of hij ermee instemde dat zijn uitlatingen zouden worden gepubliceerd. Met deze handelwijze en klager bovendien ten onrechte aan te duiden als &lsquo;ex-drugsrunner&rsquo;, waarvoor overigens excuses zijn aangeboden, hebben verweerders journalistiek ontoelaatbaar gehandeld. (zie punten 2.7.1. en 2.7.2. van de Leidraad van de Raad)
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Aard van de publicatie: interview
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/24">www.rvdj.nl/2012/24</a> ]]></content>
</entry>
<entry>
		<id>http://www.rvdj.nl/bericht/509#509</id>
		<author><name></name></author>
		<title>RvdJ: Uitspraak vastgesteld d.d. 11 mei 2012</title>
                <link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.rvdj.nl/bericht/509#509"/>		
		<updated>2012-05-24T02:00:00+04:00</updated>
		<published>2012-05-24T02:00:00+04:00</published>
		<content type="html"><![CDATA[	door mr.&nbsp;V.H.G. Lebesque, voorzitter, mr. T.E. Klein, drs. P. Olsthoorn en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw.&nbsp;mr.&nbsp;D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.
&nbsp;
E. Post en Leeuwarder Courant / X - herziening
Uitspraak: afgewezen
Post en de Leeuwarder Courant hebben herziening verzocht van de uitspraak van de Raad betreffende de klacht van X over twee publicaties met de kop <em>&ldquo;Tandarts naar rechter om eigen praktijk&rdquo;. </em>Bij uitspraak van 19 december 2011 (RvdJ  <a href="2011/87">[2011]</a> ) heeft de Raad de klacht gegrond verklaard, voor zover deze betrekking had op de onjuiste vermelding dat klager in het BIG-register opgenomen wenste te worden, de onvolledige &ndash; en daarmee tendentieuze &ndash; berichtgeving over het verleden van klager, en de vermelding van zijn volledige naam. Voor zover de klacht betrekking had op vermelding van overige feitelijke onjuistheden, was de klacht ongegrond. Kern van het herzieningsverzoek is dat de Raad zijn oordeel dat sprake is van onvolledige berichtgeving ten onrechte heeft gebaseerd op de aanname dat wanneer wordt gesproken over klachten van pati&euml;nten, dit automatisch klachten bij het Medisch Tuchtcollege zouden moeten zijn. Verzoekers menen dat wanneer de herzieningskamer besluit tot herziening van dit oordeel, ook de grond vervalt dat de naam van klager in de berichtgeving niet genoemd had mogen worden. 
Volgens de herzieningskamer is niet gebleken dat de uitspraak van de Raad is gebaseerd op de aanname dat de term &lsquo;klachten&rsquo; zou zijn voorbehouden aan klachten die bij het Medisch Tuchtcollege zijn ingediend. Naar het oordeel van de herzieningskamer berust de gewraakte uitspraak niet op een door de Raad onjuist aannemelijk geacht feit, namelijk dat pas sprake kan zijn van een klacht als het een klacht is die bij het Medisch Tuchtcollege is ingediend. Als gevolg daarvan komt de herzieningskamer niet toe aan inhoudelijke herziening van het oordeel dat sprake is van tendentieuze berichtgeving en ten onrechte de naam van klager is vermeld. Voor het overige berust het herzieningsverzoek erop dat verzoekers zich niet kunnen vinden in het oordeel van de Raad. Dat is echter onvoldoende om een verzoek tot herziening gegrond te verklaren. 
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Procedure: herziening
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/22">www.rvdj.nl/2012/22</a> ]]></content>
</entry>
<entry>
		<id>http://www.rvdj.nl/bericht/507#507</id>
		<author><name></name></author>
		<title>RvdJ: Uitspraken vastgesteld d.d. 27 april 2012</title>
                <link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.rvdj.nl/bericht/507#507"/>		
		<updated>2012-05-02T02:00:00+04:00</updated>
		<published>2012-05-02T02:00:00+04:00</published>
		<content type="html"><![CDATA[	door mr.&nbsp;C.A. Streefkerk, voorzitter, drs. G.J.P. Kloosterhuis, A. Mellink MPA, drs. ir. M.C.N. Mokveld en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mr.&nbsp;H. Osinga, secretaris.
&nbsp;
X / Nederlandse Vereniging van Journalisten<br />
Uitspraak: gegrond
Op de website van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) is een overzicht van geweld tegen journalisten en een begeleidende publicatie verschenen onder de kop <em>&ldquo;Meer geweldsincidenten tegen journalisten&rdquo;</em>. Klaagster staat in dit overzicht vermeld. 
De website van verweerders is voor iedereen toegankelijk en bevat een eigen &lsquo;Colofon&rsquo;, waarin de journaliste die verantwoordelijk is voor &lsquo;redactie nieuws&rsquo; wordt vermeld. De Raad overweegt dat in het gewraakte overzicht een eigen selectie en samenvatting van nieuwsfeiten wordt gepresenteerd. In het begeleidende nieuwsbericht op de website wordt geconcludeerd dat het aantal geweldsincidenten is toegenomen. Er is daarmee naar het oordeel van de Raad sprake van een dusdanig aanbod van nieuws en beschouwing onder redactionele leiding, dat sprake is van een journalistieke gedraging en de Raad bevoegd is om daarover te oordelen. 
Met betrekking tot de klacht overweegt de Raad dat de gewraakte publicatie een overzicht betreft van ernstige geweldsincidenten tegen journalisten in Nederland. In het inleidende nieuwsbericht wordt gesproken over incidenten die vari&euml;ren van bekogeling, mishandeling, bedreiging met de dood, het wissen van videomateriaal tot poederbrieven. 
De Raad stelt voorop dat hij de exacte gang van zaken tijdens het incident niet kan vaststellen. Uit het artikel in De Telegraaf, waar het gewraakte overzicht op is gebaseerd, blijkt dat de beschrijving gebaseerd was op een beschuldiging van een persoon die met klaagster in conflict was. Daarom was bijzondere zorgvuldigheid geboden bij de publicatie van deze beschuldiging. Nu klaagster bovendien door de berichtgeving in ernstige mate is gediskwalificeerd, had het op de weg van verweerster gelegen wederhoor bij klaagster toe te passen, hetgeen niet heeft plaatsgevonden. De klacht is derhalve gegrond.
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Procedure: bevoegdheid
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Journalistieke werkwijze: hoor en wederhoor, bronnen
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/18">www.rvdj.nl/2012/18</a>
&nbsp;

X / F. Timmers en BN/DeStem

Uitspraak: ongegrond
In BN/DeStem is een artikel verschenen onder de kop <em>&ldquo;Loods wekt woede&rdquo;. </em>De publicatie heeft betrekking op een conflict dat omwonenden hebben met de gemeente over de bouw van een loods van klager. 
De Raad overweegt dat het verweerders vrijstond om te berichten over dit conflict en aandacht te besteden aan de visie van buurtbewoners, nu deze partij zijn in dit conflict. Hoewel klager formeel bezien geen partij is in dit conflict, kan het zijn dat diens belangen zodanig worden geraakt dat wederhoor is geboden. Naar het oordeel van de Raad wordt klager echter in de publicatie &ndash; objectief bezien &ndash; niet gediskwalificeerd. Evenmin wordt de indruk gewekt dat de vergunning voor de bouw op onjuiste gronden is verstrekt. In de berichtgeving wordt slechts uiteengezet wat de bezwaren van omwonenden tegen de bouw zijn en wordt melding gemaakt dat deze bezwaren door de gemeente zijn afgewezen. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat verweerders na afweging van alle belangen bij klager wederhoor hadden moeten toepassen.
Evenmin is sprake van schending van de privacy van klager. Hij is in het artikel niet met name genoemd en de publicatie betreft een kwestie in verband met zijn bedrijfsuitoefening terwijl hijzelf elders woont.&nbsp;
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Journalistieke werkwijze: selectie van nieuws, hoor en wederhoor
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Feitenweergave: tendentieuze berichtgeving
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/19">www.rvdj.nl/2012/19</a>
&nbsp;
H. Brinkman / G. van Schoonhoven en Elsevier
Uitspraak: gegrond
Op de website van Elsevier is een commentaar verschenen onder de kop <em>&ldquo;Rol Hero Brinkman bij Arondeuslezing kwalijk&rdquo;</em>. In weekblad Elsevier is onder de kop <em>&ldquo;Over de grens&rdquo; </em>een uitgebreidere versie van het commentaar gepubliceerd. Kern van de klacht is dat in het commentaar ten onrechte wordt gesuggereerd dat klager zijn politieke doelen bereikt via dreigementen en het artikel een beeld oproept van geweld.
De Raad overweegt dat in het gewraakte commentaar een beeld van klager wordt gecre&euml;erd dat hij de bedreigende telefoongesprekken naar Rene Boender niet erg lijkt te vinden, dat hij een &lsquo;twitterknokploegje&rsquo; wel handig vindt en dat hij via dreigementen zijn politieke doelen nastreeft. 
Deze beeldvorming vindt geen steun in de feiten waarop de publicatie is gebaseerd en is daarom journalistiek onzorgvuldig. Hoewel de publicatie een hoofdcommentaar van de redactie bevat en een journalist in een dergelijke publicatie een grote mate van vrijheid heeft zijn mening over gebeurtenissen en personen te geven &ndash; ook met stijlmiddelen als overdrijving en bewust eenzijdig belichten &ndash; worden de grenzen van het journalistiek toelaatbare overschreden wanneer het commentaar, zoals hier het geval is, een ernstige en onheuse diskwalificatie van een persoon inhoudt waarvoor de feiten geen grondslag bieden. (vgl. RvdJ  <a href="2011/59">[2011]</a> )
Voorts is sprake van een zodanige diskwalificatie van klager dat verweerders deze uitlatingen niet zonder toepassing van wederhoor hadden mogen publiceren, hetgeen zij hebben nagelaten. (zie punten 2.3.1. en 2.3.4. van de Leidraad van de Raad)
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Journalistieke werkwijze: hoor en wederhoor
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Feitenweergave: tendentieuze berichtgeving
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Aard van de publicatie: opinie/kritiek
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/20">www.rvdj.nl/2012/20</a>
&nbsp;
door mr.&nbsp;C.A. Streefkerk, voorzitter, drs. G.J.P. Kloosterhuis, drs. ir. M.C.N. Mokveld en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mr.&nbsp;H. Osinga, secretaris.
&nbsp;
X / T. van der Mee, P. Groenendijk en AD - herziening
Uitspraak: afgewezen
Verzoeker heeft een klacht ingediend over de artikelen<em>&ldquo;Zaaddonor (30) zwijgt over ziekte&rdquo; </em>en <em>&ldquo;Door mijn ziekte geef ik kinderen een hoger IQ&rdquo;</em>. Bij uitspraak van 24 november 2011 (RvdJ  <a href="2011/78">[2011]</a> ) heeft de Raad de klacht van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker heeft verzocht om herziening van deze uitspraak.Uit hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht blijkt dat hij zich niet kan vinden in de beslissing van de Raad betreffende het oordeel over de handelwijze van verweerders in het kader van onder meer de selectie van bronnen en de geuite beschuldigingen. Voorts wordt volgens verzoeker ten onrechte overwogen dat sprake is van een (mogelijk zelfs deels erfelijke) vorm van autisme. 
Volgens de herzieningskamer is niet gebleken dat de uitspraak van de Raad is gebaseerd op een onjuiste aanname over de gevolgen, achtergrond of kenmerken van het syndroom van Asperger. De publicatie in het AD was erop gericht aan de kaak te stellen dat verzoeker jegens vrouwen voor wie hij als zaaddonor wilde optreden, verzwijgt dat hij het syndroom van Asperger heeft (en dat hij daarnaast over enkele andere persoonlijke feiten onjuiste informatie geeft). Volgens de uitspraak van de Raad hebben verweerders niet ontoelaatbaar gehandeld door over klager te publiceren op de wijze waarop zij dat hebben gedaan. Daarbij heeft de Raad uitdrukkelijk overwogen dat dit oordeel ook geldt indien sprake is van feitelijke onjuistheden omtrent de berichtgeving over het syndroom van Asperger. De uitspraak van de Raad berust niet op een bepaalde (volgens verzoeker onjuiste) zienswijze over het syndroom van Asperger, maar op het feit dat verzoeker dat syndroom in zijn contacten met wensmoeders verzwijgt. 
Voor het overige berust het herzieningsverzoek daarop dat verzoeker zich niet kan vinden in de gewraakte berichtgeving, de journalistieke handelwijze en het oordeel van de Raad. Dat is echter onvoldoende om een verzoek tot herziening gegrond te verklaren. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat de beslissing van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten. 
De herzieningskamer ziet dan ook geen aanleiding tot herziening van de beslissing.
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Procedure: herziening
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/21">www.rvdj.nl/2012/21</a> ]]></content>
</entry>
<entry>
		<id>http://www.rvdj.nl/bericht/506#506</id>
		<author><name></name></author>
		<title>RvdJ: Uitspraken vastgesteld d.d. 20 april 2012</title>
                <link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.rvdj.nl/bericht/506#506"/>		
		<updated>2012-04-23T02:00:00+04:00</updated>
		<published>2012-04-23T02:00:00+04:00</published>
		<content type="html"><![CDATA[	door mr.&nbsp;V.H.G. Lebesque, voorzitter, &nbsp;M.C.&nbsp;Doolaard, dr. H.J. Evers, mw. J.R. van Ooijen en M. &Uuml;lger, leden, in tegenwoordigheid van mw.&nbsp;mr.&nbsp;D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.
&nbsp;
H. Kriek / Het Orgel
Uitspraak: ongegrond
In Het Orgel, tijdschrift van de Koninklijke Vereniging van Organisten en Kerkmusici, is het artikel <em>&ldquo;Sexbierum, Sixtuskerk&rdquo;</em> verschenen. Daarin is een beschrijving gegeven van de geschiedenis van en de (restauratie)werkzaamheden aan het orgel uit de Sixtuskerk te Sexbierum. In dat verband is klager genoemd. Volgens klager is sprake van onjuiste berichtgeving doordat ten onrechte niet de reden van be&euml;indiging van de samenwerking tussen hem en het stichtingsbestuur, dat de kerk beheerde, is vermeld en dat deze omissie niet is hersteld.
Niet ter discussie staat dat de in de publicatie beschreven samenwerking tussen klager en het stichtingsbestuur is be&euml;indigd. Dit is ook in het artikel vermeld. Er is derhalve geen sprake van een feitelijke onjuistheid. Dat de reden van de be&euml;indiging onvermeld is gelaten, is in dit geval geen zodanige omissie dat verweerder daarmee journalistiek onzorgvuldig jegens klager heeft gehandeld. Hoewel het verweerder had gesierd als hij in zijn rectificatie op dit punt de duidelijkheid had willen verschaffen waarom klager had verzocht, was hij daartoe niet verplicht. Nu overigens niet is gebleken dat de gewraakte berichtgeving relevante feitelijke onjuistheden bevat of verweerder anderszins journalistiek ontoelaatbaar heeft gehandeld, is de klacht ongegrond. (zie punten 1.1. en 1.5. van de Leidraad van de Raad)
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Feitenweergave: onjuiste berichtgeving
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Rectificatie/weerwoord: rectificatie
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/15">www.rvdj.nl/2012/15</a>
&nbsp;
Y. Albayrak-Temur / M. Gelauff, M. Bink en B. de Vries (NOS)
Uitspraak: deels gegrond
De klacht betreft een uitzending van het NOS Journaal, waarin is bericht over klaagster als bestuurder van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (verder: COA). 
Klaagster heeft allereerst gesteld dat de uitzending diverse ernstige beschuldigingen aan haar adres bevat, gebaseerd op anonieme bronnen, terwijl voor die beschuldigingen onvoldoende grondslag bestaat. Volgens de Raad hebben verweerders voldoende inzicht verschaft in de wijze waarop de uitzending tot stand is gekomen en de manier waarop zij gebruik hebben gemaakt van de door anonieme bronnen verkregen informatie<em>. </em>Verweerders hebben gemotiveerd aangevoerd dat zij ten aanzien van de betrouwbaarheid van de bronnen extra zorgvuldigheid hebben betracht, mede gelet op het feit dat die bronnen uit (ex-) medewerkers bestonden. Hoewel de Raad de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie niet heeft kunnen verifi&euml;ren, hebben verweerders voldoende aannemelijk gemaakt dat zij daarnaar voldoende deugdelijk onderzoek hebben verricht. Voorts is de Raad van oordeel dat verweerders voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat op basis van de voorhanden zijnde informatie en documentatie een deugdelijke grondslag bestond voor hetgeen zij in de uitzending aan de orde hebben gesteld. De klacht is op dit punt ongegrond. (zie punten 2.2.1., 2.2.2., 2.2.3. en 2.2.5. van de Leidraad van de Raad)
Ten aanzien van de toepassing van wederhoor overweegt de Raad dat verweerders voorafgaand aan de uitzending meerdere malen per e-mail aan klaagster concrete vragen hebben gesteld, waarbij zij de strekking van de gedane beschuldigingen hebben kenbaar gemaakt. Voorts is klaagster de gelegenheid geboden om voor de camera haar reactie te geven. Dat zij van die mogelijkheid geen gebruik heeft willen maken, kan verweerders niet worden aangerekend. De Raad is dan ook van oordeel dat klaagster voldoende in de gelegenheid is gesteld te reageren. Dit onderdeel van de klacht is ongegrond. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad en vgl. onder meer RvdJ  <a href="2011/65">[2011]</a> ) 
Echter, aangezien door het COA &ndash; mede namens klaagster &ndash; schriftelijk is gereageerd op de vragen van verweerders, hadden verweerders die reactie ook op een adequate manier behoren te verwerken in de uitzending. Gelet op de ernst van de beschuldigingen hebben verweerders dit onvoldoende gedaan door te volstaan met de vermelding dat &lsquo;klaagster er vooral moeite mee heeft dat wij niet kunnen zeggen wie onze bronnen zijn en dat we ook onze stukken niet in inzage kunnen geven&rsquo; en dat zij in een schriftelijke verklaring laat weten &lsquo;dat zij dat beeld van die angstcultuur hier bij het COA totaal niet herkent en dat dit soort dingen nou eenmaal gebeuren bij een organisatie die zo in beweging is als het COA&rsquo;. Door deze minimale weergave van de reactie van klaagster is de berichtgeving niet in balans. Dat verweerders hebben verwezen naar hun website voor de uitgebreide reactie van het COA en achtergrondinformatie laat dit onverlet. De klacht is op dit punt dan ook gegrond. 
Volgens de Raad hebben verweerders voldoende onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Daar waar uitlatingen citaten betreffen van de door verweerders gehanteerde bronnen, is dit voldoende duidelijk als zodanig weergegeven. In zoverre is de klacht ongegrond. (zie punt 1.4. van de Leidraad).
Verder overweegt de Raad dat de inhoud en strekking van de uitzending als geheel genomen ten aanzien van klaagster uitermate kritisch zijn. De kijker zal zich niet tot nauwelijks aan de indruk kunnen onttrekken dat sprake is van ernstig mismanagement van klaagster en dat dit falende beleid de belastingbetaler geld kost. Dit bij de kijkers ontstane beeld over klaagster is het onvermijdelijke gevolg van de feiten die in de uitzending naar voren zijn gebracht. De redenering dat verweerders hiermee opzettelijk de berichtgeving in een voor klaagster negatieve richting hebben geleid waardoor de waarheid te kort werd gedaan, gaat niet op. Dat door de summiere weergave in de uitzending van de door het COA gegeven reacties sprake is van enige onevenwichtigheid in de berichtgeving, betekent niet dat ook sprake is van tendentieuze berichtgeving. De klacht is dan ook gegrond voor zover het betrekking heeft op eenzijdige berichtgeving, maar ongegrond voor zover is geklaagd over tendentieuze berichtgeving. (zie punt 1.5. van de Leidraad).
Ten aanzien van de op de website van verweerders verschenen reacties overweegt de Raad dat verweerders voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij direct na ontvangst van de onderhavige klacht diverse reacties van hun website hebben verwijderd, die een ernstige beschuldiging of een diffamerende uitlating jegens klaagster bevatten. Daarmee hebben zij adequaat en conform de uitgangspunten als vervat in de Leidraad van de Raad gehandeld. Verweerders hebben ter zitting nog kenbaar gemaakt dat zij bij het modereren bepaalde reacties niet als een beschuldigende dan wel diffamerende uitlating hebben aangemerkt. Daargelaten dat het verweerders uiteraard zou sieren als zij hun eigen spelregels ter zake zorgvuldig naleven, is deze omissie niet in strijd met de Leidraad. Dit klachtonderdeel is ongegrond. (zie punten 5.4. en 5.5. van de Leidraad)
Ten slotte stelt de Raad vast dat klaagster in haar positie als bestuurder van het COA een publieke en openbare functie bekleedt. Zij heeft bezwaar gemaakt tegen het (kort) in beeld brengen van het kenteken van haar dienstauto. Naar het oordeel van de Raad is dat kenteken niet tot klaagster herleidbaar. Bovendien betreft het een kenteken van een auto, die in beginsel niet is bestemd voor persoonlijk gebruik. Aldus is geen sprake is van een onevenredige aantasting van het priv&eacute;leven van klaagster. Op dit punt is de klacht evenzeer ongegrond. (zie punten 2.4.1. en 2.4.2. van de Leidraad)
De beslissing van de Raad luidt derhalve dat de klacht gegrond is voor zover deze betrekking heeft op de wijze waarop het wederhoor is verwerkt, waardoor eenzijdig over klaagster is bericht. Voor het overige is de klacht ongegrond. 
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Journalistieke werkwijze: bronnen, hoor en wederhoor
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Feitenweergave: tendentieuze berichtgeving
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Privacy: bekende persoonlijkheden, vermelding persoonlijke gegevens
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Aard van de publicatie: ingezonden brieven/reacties op websites
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/16">www.rvdj.nl/2012/16</a>
&nbsp;
Dela, Monuta en Yarden Uitvaartzorg / RamBam (VARA)
Uitspraak: onbevoegd
Klagers maken bezwaar tegen een uitzending van het televisieprogramma RamBam, waar De Raad stelt vast dat de klacht betrekking heeft op gedragingen die zijn vooraf gegaan aan de uitzending van het programma en niet op de uitzending zelf. Ook gedragingen die voorafgaand aan een uitzending hebben plaatsgevonden, kunnen als journalistieke gedragingen worden beoordeeld. 
Echter, het naar het oordeel van de Raad is duidelijk dat de programmamakers niet hebben beoogd aan het gewraakte programma enige nieuwswaarde toe te voegen. De uitzending bestaat voornamelijk uit elementen van niet-journalistieke aard, zoals het weergeven van de mogelijkheid tot het uitvoeren van een &lsquo;do-it-yourself begrafenis&rsquo; op een wijze die door de gemiddelde kijker waarschijnlijk als komisch zal worden ervaren. Deze elementen hebben een zodanige invloed op de uitzending dat deze in het geheel als van niet-journalistieke aard moet worden aangemerkt. Het journalistieke normenstelsel is voor de beoordeling van dergelijke uitzendingen, daarin begrepen de aan de uitzending voorafgaande gedragingen, niet bedoeld. De Raad acht zich daarom onbevoegd over de klacht te oordelen. 
Ten overvloede merkt de Raad op dat in een geval als het onderhavige &ndash; waar de klacht is gericht tegen gedragingen voorafgaand aan een uitzending en het programma door een buitenproducent wordt gemaakt &ndash; de buitenproducent op de gedragingen moet worden aangesproken. 
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Procedure: bevoegdheid
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/17">www.rvdj.nl/2012/17</a> ]]></content>
</entry>
<entry>
		<id>http://www.rvdj.nl/bericht/505#505</id>
		<author><name></name></author>
		<title>RvdJ: Uitspraak vastgesteld d.d. 10 april 2012</title>
                <link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.rvdj.nl/bericht/505#505"/>		
		<updated>2012-04-19T02:00:00+04:00</updated>
		<published>2012-04-19T02:00:00+04:00</published>
		<content type="html"><![CDATA[	door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, ir. B.L. Hooghoudt, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw.&nbsp;mr.&nbsp;D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.
&nbsp;
J.H.H. de Mol en Talpa Content B.V. / RTL Z
Uitspraak: deels gegrond
De klacht betreft de teksten <em>&ldquo;Endemol bezwijkt onder schuldenlast&rdquo; </em>en <em>&ldquo;&ldquo;Idee Voice of Holland is gestolen&rdquo;&rdquo;</em> die zijn verschenen in de tickerbalk tijdens uitzendingen van RTL Z.
De Raad stelt voorop dat in het kader van een zorgvuldige beoordeling van de klacht zo veel mogelijk de standpunten van beide partijen in de oordeelsvorming dienen te worden betrokken. In dat verband is niet van doorslaggevende betekenis dat verweerder heeft gesteld dat hij geen formeel verweer wenst te voeren. Verweerder heeft zijn inhoudelijke reactie aan klagers op de bij de Raad ingediende klachten ter kennisneming aan de Raad gestuurd. De Raad heeft die reactie bij de beoordeling van de klacht betrokken. 
Voor zover de klacht betrekking heeft op de berichtgeving over het televisieformat van <em>&lsquo;The Voice&rsquo; </em>is geen sprake van journalistiek onzorgvuldig handelen. Doordat de beschuldiging over de vermeende diefstal c.q. het plagiaat van het televisieformat tussen aanhalingstekens is geplaatst, is voldoende duidelijk dat het hier niet gaat om een vaststaand feit, maar dat sprake is van een onbevestigd gerucht c.q. beschuldiging. Bovendien is voor het gemiddelde publiek van RTL Z duidelijk dat de volledige berichtgeving is te vinden op de website en de teletekstpagina van verweerder, zodat het de tekst in de juiste context kan plaatsen. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat een tickerbalk, met daarin een overzicht van de nieuwsberichten op teletekst en internet, zich in beginsel niet leent voor het geven van een uitgebreide context of nuanceringen.
Ten aanzien van de publicatie over Endemol heeft verweerder erkend dat het eerste bericht te zwaar is aangezet. In hetgeen is aangevoerd noch anderszins ziet de Raad aanleiding voor een ander oordeel. Door dit bericht niettemin te publiceren, heeft verweerder derhalve journalistiek onzorgvuldig jegens klager De Mol gehandeld. Dat verweerder de tekst kort na plaatsing heeft gewijzigd, is te prijzen maar kan aan de hiervoor bedoelde onzorgvuldigheid niet afdoen. (zie punten 1.2., 1.3. en 1.4. van de Leidraad van de Raad)
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Feitenweergave: onjuiste, tendentieuze berichtgeving
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Procedure: medewerking aan procedure, ontvankelijkheid
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/14">www.rvdj.nl/2012/14</a> ]]></content>
</entry>
<entry>
		<id>http://www.rvdj.nl/bericht/504#504</id>
		<author><name></name></author>
		<title>RvdJ: Uitspraak vastgesteld d.d. 5 april 2012</title>
                <link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.rvdj.nl/bericht/504#504"/>		
		<updated>2012-04-19T02:00:00+04:00</updated>
		<published>2012-04-19T02:00:00+04:00</published>
		<content type="html"><![CDATA[	door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, ir. B.L. Hooghoudt, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw.&nbsp;mr.&nbsp;D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.
&nbsp;
X / I. Hermsen, A. Hertsenberg en Opgelicht?! (TROS)
Uitspraak: deels gegrond
Klager maakt bezwaar tegen een uitzending waarin aandacht is besteed aan de werkwijze van budgetbeheerders. Kern van de klacht is dat zonder deugdelijke toepassing van wederhoor beschuldigingen aan klagers adres zijn geuit en dat een onevenredige inbreuk is gemaakt op de privacy van klager. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd. 
In de uitzending is aandacht besteed aan de gang van zaken bij Stichting Budgetbeheerdienst, waarvan klager van 2009-2010 voorzitter is geweest. Met de berichtgeving over (vermeende) misstanden bij de Stichting is een maatschappelijk belang gediend. De uitzending is zodanig toegespitst op de persoon van klager, dat de gemiddelde kijker zich niet aan de indruk kan onttrekken dat geschetste problemen bij de Stichting enkel, althans voor een belangrijk deel, aan klager te wijten zijn. Klager worden gedragingen verweten die neerkomen op het in strijd met toezeggingen niet benutten van gelden van cli&euml;nten voor de aflossing van hun schulden. Aldus is klagers functioneren ernstig in twijfel getrokken en zijn integriteit in aanzienlijke mate aangetast. 
Volgens de Raad kan de omstandigheid dat klager van de gelegenheid tot wederhoor niet adequaat gebruik heeft gemaakt, verweerders niet worden tegengeworpen. Verweerders hebben de conclusie van de door klager in zijn e-mail verstrekte reactie verwerkt in de uitzending. Niet is gebleken dat dat op journalistiek onzorgvuldige wijze is geschied. In zoverre is de klacht dan ook ongegrond.
Verder overweegt de Raad dat klager herhaaldelijk is genoemd en door middel van meerdere foto&rsquo;s herkenbaar in beeld is gebracht. Niet is gebleken dat met het vermelden van de volledige naam van klager een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. Klager had ook met initialen kunnen worden aangeduid en onherkenbaar in beeld kunnen worden gebracht, zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de uitzending. Niet is gebleken dat door het weglaten van zijn volledige naam een onaanvaardbare onduidelijkheid voor de kijker zou zijn ontstaan. Verweerders hebben niet op verantwoorde wijze het belang van klager bij de bescherming van diens privacy afgewogen tegen het maatschappelijk belang dat met de publicatie is gediend. Daarbij is in aanmerking genomen hetgeen de Raad heeft overwogen ten aanzien van de ernst van de aan het adres van klager geuite aantijgingen en de omstandigheid dat klager al enige tijd geen bestuursfunctie meer bekleedde bij de Stichting Budgetbeheerdienst. Op dit punt is de klacht gegrond. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad)
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Journalistieke werkwijze: hoor en wederhoor
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Privacy: foto&rsquo;s, vermelding persoonlijke gegevens
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/13">www.rvdj.nl/2012/13</a> ]]></content>
</entry>
<entry>
		<id>http://www.rvdj.nl/bericht/503#503</id>
		<author><name></name></author>
		<title>RvdJ: Uitspraken vastgesteld d.d. 2 april 2012</title>
                <link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.rvdj.nl/bericht/503#503"/>		
		<updated>2012-04-05T02:00:00+04:00</updated>
		<published>2012-04-05T02:00:00+04:00</published>
		<content type="html"><![CDATA[	door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, ir. B.L. Hooghoudt, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw.&nbsp;mr.&nbsp;D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.
&nbsp;
X / Peter R. de Vries, misdaadverslaggever (Endemol Nederland BV en SBS6) - herziening
Uitspraak: afgewezen
Verzoeker heeft een klacht ingediend over uitzendingen van <em>&ldquo;Peter R. de Vries, misdaadverslaggever&rdquo;</em> van 10 en 17 april 2011. Bij uitspraak van 11 november 2011 (RvdJ  <a href="2011/76">[2011]</a> ) heeft de Raad de klacht van verzoeker gegrond verklaard voor zover deze betrekking had op de schending van de privacy van klager. Voor zover de klacht betrekking had op onjuiste c.q. onvolledige berichtgeving heeft de Raad de klacht ongegrond verklaard. Verzoeker heeft verzocht om herziening van deze uitspraak.Kern van het verzoek is dat de Raad het begrip <em>&lsquo;voortvluchtig&rsquo;</em> onjuist heeft gehanteerd, dat ten onrechte is geoordeeld dat nog geen inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen verzoeker heeft plaatsgevonden, nu al geruime tijd wordt gewerkt aan het verzamelen van informatie en dat ten onrechte is overwogen dat verzoeker zich op illegale wijze aan de rechtsgang heeft onttrokken.
Volgens de herzieningskamer doet de omstandigheid dat de autoriteiten werken aan het verzamelen van informatie, zoals door verzoeker is gesteld, niet af aan de constatering van de Raad dat ten tijde van de gewraakte uitzendingen nog geen inhoudelijke behandeling van de desbetreffende strafzaak had plaatsgevonden. Evenmin brengt de omstandigheid dat de verblijfplaats van verzoeker bekend is bij de Nederlandse justitie <em>mee dat het journalistiek ontoelaatbaar kan worden geacht om verzoeker aan te duiden als &lsquo;voortvluchtig crimineel&rsquo;, nu hij door zijn handelen de tenuitvoerlegging van zijn (verstek) veroordeling in Suriname onmogelijk heeft gemaakt. Verder is de herzieningskamer van oordeel dat i</em>n de uitspraak van de Raad slechts wordt overwogen dat verzoeker <em>waarschijnlijk in strijd met geldend recht zijn straf in Suriname is ontlopen. In tegenstelling tot wat klager aanvoert, komt in de gewraakte uitspraak niet aan de orde of </em>onttrekking aan strafexecutie <em>strafbaar is.</em>
<em>Verzoeker heeft aldus </em>niet aannemelijk gemaakt dat de beslissing van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten. De herzieningskamer ziet dan ook geen aanleiding tot herziening van die beslissing.
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Procedure: herziening
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/11">www.rvdj.nl/2012/11</a>
&nbsp;
B. Weebers / C. Pommerel, R. Martin en Editie NL (RTL)
Uitspraak: ongegrond
Klager maakt bezwaar tegen uitzending van de reportage <em>&ldquo;&rsquo;Van huisarts veranderen: niet te doen&rsquo;&rdquo;</em>, waarin aandacht is besteed aan problemen rond het wisselen van huisarts. Kern van de klacht is dat verweerders onder valse voorwendselen een gesprek met de assistente van klager hebben opgenomen en ten onrechte zijn overgegaan tot publicatie daarvan. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
Naar het oordeel van de Raad blijkt uit de uitzending dat voldoende aanleiding bestond om aan het onderwerp aandacht te besteden. De situatie dat door onderlinge afspraken de vestigingsvrijheid van huisartsen en keuzevrijheid van pati&euml;nten wordt ingeperkt is maatschappelijk ongewenst. Dit blijkt ook uit de boete die door de Nederlandse Mededingingsautoriteit aan de Landelijke Huisartsen Vereniging is opgelegd. Het uitgezonden materiaal dat verweerders met de gevolgde werkwijze hebben vergaard bevat een concreet voorbeeld van de door de Mededingingsautoriteit beboete handelwijze. De opnamen zijn daardoor relevant voor de onderbouwing van de kritiek en geven aan de uitzending een meerwaarde. Klager heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat verweerders dit ook op een andere wijze hadden kunnen verwezenlijken. Daarbij komt dat de naam van de huisartsenpraktijk van klager niet is vermeld en dat de opnamen voldoende onherkenbaar zijn gemaakt. Bovendien hebben verweerders klager voorafgaand aan de uitzending met de opname geconfronteerd en hem in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Die reactie is in de uitzending verwerkt. Dat dat op onjuiste wijze is gebeurd, is niet gebleken. 
Alle omstandigheden in aanmerking genomen, is de Raad van oordeel dat verweerders niet journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld. (zie punten 2.1.1., 2.1.5. en 2.1.6. van de Leidraad van de Raad)
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Journalistieke werkwijze: bandopnames, open vizier/verzwijgen eigen identiteit
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/12">www.rvdj.nl/2012/12</a> ]]></content>
</entry>
<entry>
		<id>http://www.rvdj.nl/bericht/502#502</id>
		<author><name></name></author>
		<title>RvdJ: Uitspraken vastgesteld d.d. 16 maart 2012</title>
                <link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.rvdj.nl/bericht/502#502"/>		
		<updated>2012-03-22T02:00:00+03:00</updated>
		<published>2012-03-22T02:00:00+03:00</published>
		<content type="html"><![CDATA[	door mr.&nbsp;V.H.G. Lebesque, voorzitter, H.&nbsp;Blanken, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw.&nbsp;mr.&nbsp;D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.M. Leurs, plaatsvervangend secretaris.
&nbsp;
X / AD Haagsche Courant
Uitspraak: ongegrond
Klager maakt bezwaar tegen het artikel <em>&ldquo;Man (80) vrijgesproken van poging doodslag in Benthuizen&rdquo;</em>. Hij meent dat zijn privacy onnodig is aangetast. 
De Raad stelt voorop dat met berichtgeving over uitspraken in strafrechtelijke procedures een maatschappelijk belang wordt gediend.<a> De wijze waarop klager in het artikel is aangeduid, is in het kader van berichtgeving over strafzaken journalistiek gebruikelijk en niet ontoelaatbaar. In het algemeen kan daarmee worden voorkomen dat een betrokkene eenvoudig kan worden ge&iuml;dentificeerd.</a> Uit hetgeen klager heeft aangevoerd maakt de Raad op dat klager met name bezwaar heeft tegen de publicatie, omdat hierdoor in zijn naaste omgeving bekend is geworden dat de feiten over zijn strafzaak niet stroken met hetgeen hij daarover heeft meegedeeld. Voor zover klager heeft betoogd dat aldus een ongerechtvaardigde inbreuk is gemaakt op zijn privacy, kan dit verweerder echter niet worden aangerekend.
De Raad acht het verder niet aannemelijk dat klager voor het grote lezerspubliek, buiten de woonkern van klager, in het artikel identificeerbaar is. Verweerder heeft voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat het journalistiek relevant is om in lokale edities de woonkern van een betrokkene c.q. de plaats waar de gebeurtenis heeft plaatsgevonden te vermelden, ten einde een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld van het nieuwsfeit te schetsen. 
Naar het oordeel van de Raad is geen sprake van een ongerechtvaardigde aantasting van klagers priv&eacute;leven. (zie punten 1.1., 2.4.1. en 2.4.6. van de Leidraad van de Raad)
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Privacy: verdachten/veroordeelden
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/8">www.rvdj.nl/2012/8</a>
&nbsp;
X / S. Gybels en Dagblad De Limburger
Uitspraak: ongegrond
De klacht betreft allereerst de artikelen <em>&ldquo;&rsquo;Discussie over declaraties van raadsleden is nodig&rsquo;&rdquo;</em>, <em>&ldquo;Politieke partijen willen debat over declaratieregeling&rdquo;.</em> De Raad stelt voorop dat voor mensen met publieke c.q. min of meer openbare functies en voor bekende Nederlanders een zekere mate van blootstelling aan ongewilde publiciteit onvermijdelijk is. (zie punt 2.4.2 van de Leidraad van de Raad)
Uit hetgeen klaagster heeft aangevoerd maakt de Raad op dat haar bezwaar tegen deze berichtgeving met name erin is gelegen, dat die is gebaseerd op een tip van iemand met wie klaagster in conflict was. Verweerders hebben ter zake gesteld dat de tipgever bewijzen over de declaratie had meegestuurd. De Raad overweegt in dit verband dat het de journalist vrij staat naar aanleiding van een tip eigen onderzoek te verrichten, ook indien die tip afkomstig is van iemand waarmee de betrokkene in conflict is. Bij zijn onderzoek heeft de journalist kennelijk de burgemeester, althans diens woordvoerder, en de raadsgriffier gesproken. Vervolgens heeft hij contact gezocht met klaagster en haar reactie in de berichtgeving verwerkt. Klaagster heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de artikelen relevante onjuistheden bevatten. Er is verder geen aanleiding voor het oordeel dat de berichtgeving eenzijdig en tendentieus is of geen nieuwswaarde had. In het eerste artikel is bovendien een reactie van klaagster weergegeven. Het was niet nodig ook in het tweede artikel een reactie van klaagster op te nemen, aangezien dat een vervolgbericht betreft waarin de meningen van de fractievoorzitters over de kwestie zijn opgenomen. Dat verweerders de ingezonden brief van klaagster niet hebben willen plaatsen, leidt niet tot de conclusie dat zij daarmee jegens klaagster onzorgvuldig hebben gehandeld. (zie punt 5.2. van de Leidraad)
Verder heeft klaagster bezwaar gemaakt tegen het artikel <em>&ldquo;Een terri&euml;r zonder halsband&rdquo;</em>, dat een portret van haar bevat. Gesteld noch gebleken is dat de vermelde feiten onjuist zijn. Deze geven een deel weer van de politieke loopbaan van klaagster. Het is voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk dat het artikel een schets betreft van de handelwijze van klaagster gedurende haar politieke loopbaan. Daarbij heeft de journalist zich, behalve op de hiervoor bedoelde feiten, gebaseerd op zijn eigen waarnemingen en niet op uitlatingen van derden. Uit het woordgebruik blijkt ook voldoende dat de gedane beweringen en meningen over klaagster alleen afkomstig zijn van de journalist. Hij hoefde daarbij niet neutraal te werk te gaan. Gezien het feit dat het artikel enerzijds van feitelijke aard is en anderzijds duidelijk de mening van de journalist behelst, acht de Raad het niet ontoelaatbaar dat ten aanzien van dit artikel geen wederhoor is toegepast. (zie punten 1.4. en 2.3.4. van de Leidraad en vgl. RvdJ  <a href="2007/26">[2007]</a> )
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Journalistieke werkwijze: bronnen, hoor en wederhoor
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Privacy: bekende persoonlijkheden
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Aard van de publicatie: portret/profiel
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/9">www.rvdj.nl/2012/9</a>
&nbsp;
COC Amsterdam en Stichting Pride Photo Award / Spitsnieuws.nl
Uitspraak: gegrond
Bij het artikel <em>&ldquo;Haags homostel weggepest&rdquo;</em> is een foto geplaatst van twee mannen in glitterbroeken met gedeeltelijk blote billen. De ene man heeft zijn arm om het middel van de andere man geslagen waarbij de hand rust op diens rechterbil. Onder het artikel is een naschrift van de redactie geplaatst. Klagers stellen dat bij het artikel een foto is geplaatst die inhoudelijk niets te maken heeft met het artikel en dat het naschrift onzorgvuldig is. Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.
Volgens de Raad hebben klagers voldoende aannemelijk gemaakt dat de foto waarschijnlijk is gemaakt tijdens een feestelijke gebeurtenis, mogelijk de Gay Pride, en door verweerder is gebruikt in een andere context. (zie punt 4.1 van de Leidraad van de Raad)
Met klagers is de Raad voorts van oordeel dat door het gebruik van de foto ten onrechte is gesuggereerd dat er een verband bestaat tussen de afgebeelde kleedstijl van sommige homoseksuele mannen en homofoob geweld. De Raad acht het niet onaannemelijk dat bij de gemiddelde lezer de indruk is gewekt dat het stel het wegpesten aan zichzelf te wijten heeft. Daarmee is een stereotiep beeld over homoseksuele mannen bevestigd, terwijl hiervoor geen grondslag bestond. Het gebruik van de foto is onder deze omstandigheden stigmatiserend en discriminatie bevorderend, en journalistiek ontoelaatbaar. 
Verder kan uit het naschrift worden opgemaakt dat verweerder ervan overtuigd is dat het hiervoor bedoelde verband bestaat en bewust voor de plaatsing van deze foto heeft gekozen. Ook met dit naschrift heeft verweerder derhalve de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Feitenweergave: discriminerende berichtgeving
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/10">www.rvdj.nl/2012/10</a> ]]></content>
</entry>
<entry>
		<id>http://www.rvdj.nl/bericht/501#501</id>
		<author><name></name></author>
		<title>RvdJ: Uitspraak vastgesteld d.d. 15 maart 2012</title>
                <link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.rvdj.nl/bericht/501#501"/>		
		<updated>2012-03-22T02:00:00+03:00</updated>
		<published>2012-03-22T02:00:00+03:00</published>
		<content type="html"><![CDATA[	door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, ir. B.L. Hooghoudt, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw.&nbsp;mr.&nbsp;D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.
&nbsp;
Beperfect Clinics B.V. (Perfectsmile) / De Telegraaf
Uitspraak: ongegrond
De uitspraak betreft twee gevoegde klachten over de artikelen <em>&ldquo;Tandenbleker doet veel zwart&rdquo;</em>, <em>&ldquo;Perfect Smile kan boete verwachten&rdquo;</em>, <em>&ldquo;Beugelkliniek laat tanden knarsen&rdquo;</em>, <em>&ldquo;Tandenbleker per direct dicht&rdquo;</em> en <em>&ldquo;Tandenbleker negeert bevel sluiting kliniek&rdquo;</em>. Verweerder heeft niet op de klachten gereageerd.
Naar het oordeel van de Raad vinden de voornaamste conclusies in de berichtgeving voldoende grond in de door klaagster overgelegde stukken, waaronder een rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), (pers)berichten van zowel de IGZ als de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en correspondentie van deze instanties met klaagster. In deze stukken worden harde beschuldigingen geuit ten aanzien van (vermeende) foutieve declaraties, schending van de Kernenergiewet en gevaren voor personeel en pati&euml;nten van klaagster. De berichtgeving is gebaseerd op diverse feitelijke, objectieve bronnen. Verweerder mocht van de betrouwbaarheid van deze bronnen uitgaan. Niet is gebleken dat verweerder een onzorgvuldige of eenzijdige selectie heeft gemaakt van de bronnen of de feiten onvoldoende heeft onderzocht. De omstandigheid dat klaagster het niet eens is met de besluiten van de NZa en IGZ en daartegen bezwaar heeft gemaakt, maakt dit niet anders. 
Verder is het journalistiek gebruikelijk dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Daarmee worden alleen de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen enkele grond vindt in het artikel. Daarvan is in dit geval geen sprake. De koppen zijn, gezien de beschreven ernst van de misstanden, niet misplaatst. Het gebruik van de term &lsquo;inval&rsquo; is, als parafrase van het onaangekondigde bezoek van de inspectie, niet journalistiek ontoelaatbaar. Bovendien worden de in de koppen weergegeven beweringen in de bijbehorende artikelen voldoende genuanceerd en onderbouwd. (vgl. RvdJ  <a href="2011/58">[2011]</a> )
In de berichtgeving is voorts voldoende duidelijk het standpunt van klaagster weergegeven. Dat zij er zelf voor heeft gekozen na het eerste korte telefoongesprek met de verslaggever geen reactie meer te geven, kan verweerder niet worden tegengeworpen. 
Ten slotte is niet betwist dat verslaggevers van verweerder een bezoek aan de Amstelveense praktijk van klaagster hebben afgelegd, zonder zich als zodanig bekend te maken en de vergaarde informatie hebben gebruikt in het laatste artikel. Uit de publicatie maakt de Raad op dat verweerder kennelijk heeft beoogd zijn lezers te informeren over misstanden bij klaagster. Deze misstanden zouden onder meer erin zijn gelegen dat klaagster ondanks het door de IGZ opgelegde behandelingsverbod adviesgesprekken met pati&euml;nten zou voeren. De Raad acht het aannemelijk dat verweerder zonder toepassing van de gevolgde werkwijze niet aan het licht had kunnen brengen of bedoelde misstanden al dan niet bestaan. Gezien de omvang en ernst van de misstanden en het doel van het gesprek, is de Raad van oordeel dat verweerder ook op dit punt niet journalistiek ontoelaatbaar heeft gehandeld. (vgl. punten 2.1.1. en 2.1.5. van de Leidraad van de Raad)
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Journalistieke werkwijze: bronnen, hoor en wederhoor, verzwijgen eigen identiteit
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Feitenweergave: onjuiste, tendentieuze berichtgeving
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/7">www.rvdj.nl/2012/7</a> ]]></content>
</entry>
<entry>
		<id>http://www.rvdj.nl/bericht/500#500</id>
		<author><name></name></author>
		<title>RvdJ: Uitspraken vastgesteld d.d. 24 februari 2012</title>
                <link rel="alternate" type="text/html" href="http://www.rvdj.nl/bericht/500#500"/>		
		<updated>2012-03-02T02:00:00+03:00</updated>
		<published>2012-03-02T02:00:00+03:00</published>
		<content type="html"><![CDATA[	door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, T.R. Harkema, mw. H.M.M. Nietsch, drs. P. Olsthoorn en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw.&nbsp;mr.&nbsp;D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.
&nbsp;
S. Azaaj / de hoofdredacteur van E&eacute;nVandaag (TROS/AVRO)
Uitspraak: deels gegrond
De klacht richt zich tegen een aflevering van E&eacute;nVandaag waarin aandacht is besteed aan misstanden in de thuiszorg. In de uitzending komt naar voren dat door instanties zorg wordt gedeclareerd die niet is gegeven en dat (onder meer niet-gekwalificeerde) medewerkers worden onderbetaald. In dat verband overweegt de Raad dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar de mogelijke betrokkenheid van klager bij deze onoorbare praktijken.&nbsp; 
Gelet op de aard en inhoud van de uitzending is het journalistiek relevant en niet ontoelaatbaar te berichten dat klager &lsquo;betrokken was bij de fraude van UenZo&rsquo;. Niet ter discussie staat dat het Openbaar Ministerie in 2008 in deze kwestie een fraudeonderzoek is gestart waarbij klager door het Openbaar Ministerie als verdachte wordt beschouwd. Op dit punt is de klacht derhalve ongegrond. 
Het voorgaande neemt niet weg dat een journalist bij zijn onderzoek zorgvuldig te werk moet gaan. Tussen partijen is niet in geschil, en de Raad sluit zich daarbij aan, dat het in dit geval niet nodig was de persoonlijke gegevens van klager te vermelden en dat die gegevens geanonimiseerd hadden kunnen worden zonder dat afbreuk zou zijn gedaan aan de aard en inhoud van de uitzending. Door niettemin de gegevens van klager in beeld te brengen heeft verweerder journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Het feit dat verweerder dit heeft erkend en om die reden de uitzending van internet heeft verwijderd, doet daaraan niet af. 
Nu de persoonlijke gegevens van klager in beeld zijn gebracht in het kader van berichtgeving over bovenstaande praktijken, moet worden geconcludeerd dat klager persoonlijk in de berichtgeving is gediskwalificeerd. Door na te laten wederhoor toe te passen heeft verweerder grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Op dit punt is de klacht dan ook gegrond. 
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Feitenweergave: onjuiste berichtgeving
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Journalistiek werkwijze: hoor en wederhoor
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Privacy: televisie
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/5">www.rvdj.nl/2012/5</a><br />
&nbsp; <br />

X / de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia
Uitspraak: ongegrond
De klacht richt zich tegen een artikel in De Twentsche Courant Tubantia onder de kop <em>&ldquo;In beroep na vonnis&rdquo;</em>. De Raad overweegt dat de strekking van de gewraakte publicatie is dat klaagster en haar partner hoger beroep hebben ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. Niet valt in te zien dat verweerder niet over de kwestie had mogen berichten, zoals hij heeft gedaan. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat verweerder onbetwist heeft gesteld dat klaagster door de rechtbank schuldig is bevonden aan het <em>&lsquo;medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd&rsquo;</em>. Dat in klaagsters geval wellicht geen sprake is geweest van &lsquo;tientallen&rsquo; &ndash; zoals zij heeft gesteld &ndash; is onvoldoende voor het oordeel dat verweerder jegens klaagster journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld door de strafzaak te parafraseren met de zinsnede <em>&lsquo;het trio lichtte tientallen mensen op&rsquo;</em>.
Trefwoorden:
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Feitenweergave: onjuiste berichtgeving, tendentieuze berichtgeving
&middot;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Aard van de publicatie: rechtbankverslag/verslaggeving rechtszaken
Publicatie op <a href="http://www.rvdj.nl/2012/6">www.rvdj.nl/2012/6</a> ]]></content>
</entry>
</feed>
